Zorgvragen kinderen

COMPLEXE WOONVRAGEN KINDEREN / JONG VOLWASSEN

Wij praten in deze situatie over kinderen en jong volwassenen met autisme met een normale intelligentie die cognitief op hun kalenderleeftijd functioneren, maar meestal sociaal emotioneel jonger zijn in hun gedrag. Deze kinderen laten ingewikkeld gedrag zien en hebben behoefte aan intensieve begeleiding op alle leefgebieden. Een klein deel van deze groep kinderen kan niet meer thuis wonen.

Deze kinderen en ouders hebben vaak een geschiedenis aan behandeling en begeleiding achter de rug en zijn vooral gebaat bij een woonvoorziening voor de langere termijn, gericht op wonen en naar school, in plaats van het accent op behandelen. Een woonvoorziening waar een kind tot rust kan komen, in een veilige, beschermde en gestructureerde omgeving kan opgroeien en ontwikkelen.

Woonvoorzieningen binnen de Wlz zijn er wel, maar deze kinderen krijgen geen toegang tot de Wlz vanwege het feit dat zij een normale intelligentie hebben. Autisme wordt in dit kader niet gezien als een langdurige beperking, maar als iets wat je moet behandelen en dan kan genezen.

De Wlz is ingericht op een levenslange zorgvraag op hetzelfde niveau. Terwijl kinderen met autisme bijvoorbeeld vaak wel ontwikkelpotentieel hebben. Het is niet zeker dat een kind van 15 op zijn 30ste nog steeds dezelfde begeleiding nodig heeft. Misschien heeft hij wel zoveel vaardigheden geleerd, dat hij met ambulante begeleiding zelfstandig kan wonen. Zeker vanwege een normale intelligentie, lijkt het ontwikkelperspectief gunstig.

Er is binnen de WMO en de Jeugdwet te weinig aanbod voor deze kinderen en jongvolwassene in het beschermd wonen. Regionale Instellingen voor Beschermd Wonen, maar ook reguliere leefgroepen kunnen meestal niet voldoende aansluiten op de hulpvragen en intensieve zorg (qua personeelsbezetting en deskundigheid op het gebied van ASS). Leefgroepen voor kinderen zijn ingericht op het zo snel mogelijk toewerken naar huis, terwijl dat bij deze kinderen niet direct van toepassing is.

Particuliere (ouder)initiatieven zijn er wel, maar meestal niet ingericht op een intensieve complexe 24 uurs zorgvraag of waar contra indicaties zoals bijvoorbeeld agressie of comorbiditeit een rol spelen. Ook zijn deze ouderinitiatieven meestal voor jong volwassenen en niet voor jongere kinderen. Zorginstanties willen wel, maar krijgen de financiering niet rond. Daarnaast is het meestal niet helder om hoeveel kinderen dit gaat in de regio. Zorginstanties willen (financiële) zekerheden hebben dat innovatie ook daadwerkelijk wordt betaald. Ook lijkt er een tekort ontstaan aan goed geschoold personeel voor deze woonvoorzieningen.