Graziëlla groeit op samen met een 1,5 jaar oudere broer met autisme. Inmiddels zijn ze beiden in de veertig en blikt vooral Graziëlla terug op het leven als ‘zus-van’ een broer met een beperking. Vol humor en enthousiasme, maar soms ook met teleurstelling vertelt ze in dit boek over dwalingen en kromheid binnen de GGZ. Haar ervaringen met typische autisme-kwesties, tics, boosheid, medicatie, dwangopnames en uithuisplaatsingen. En over haar visie hoe het is om een grote broer te hebben die ‘anders’ is, maar dat je daar juist als klein zusje niet zoveel van merkt. De ‘problemen’ beginnen pas als anderen het ‘anders’ gaan behandelen. Maar ook reacties van familie, vrienden, behandelaars en instanties die er ‘verstand’ van zouden moeten hebben, worden (soms op hilarische wijze) uiteengezet. Daarnaast vertelt ze uitgebreid over de impact van haar jeugd op haar verdere leven. En hoe belangrijk het is om vooral ook de broertjes en zusjes van mensen met autisme te ‘zien’. Heel vaak wordt deze groep brusjes (jeukwoord of niet) volledig over het hoofd gezien. Een boek dat ondanks sommige uitzichtloze situaties toch luchtig is geschreven en waar vele gezinnen zich in kunnen herkennen.

Klik hier om verder te lezen!